skip to Main Content
Telefoon 06 25 09 78 11
Mijn Vader En Job Crafting, Foto Ingrid Mol

Hoe mooi is dat! Mijn vader deed al aan job crafting lang voordat het woord bestond.

Een ieder van ons maakt keuzes in zijn leven; keuzes over opleiding, werk, woonplaats, relaties etc. Dit soort grote keuzes maak je veelal bewust, soms snel, soms na een lang proces van wikken en wegen. Wat mij enorm boeit, zijn de keuzes die mensen maken over hun loopbaan en binnen hun werk. Vooral als het keuzes zijn die niet zo voor de hand liggen. Hieronder lees je het verhaal van mijn vader, een boerenzoon, en de keuzes die hij destijds maakte. Ik geef er woorden aan vanuit mijn kennis over job crafting en het JDR Model.

“Jaan, hou ’m thuis, want ’t werken gaat er helemaal uit”. Woorden die mijn overgrootvader zo’n 70 jaar geleden sprak tot zijn dochter, mijn oma Adriana. Woorden die helemaal passen bij de tijd en plaats waarin ze uitgesproken werden, eind jaren veertig in een arm dorp van boeren en arbeiders in West-Brabant. Woorden over mijn vader, een jongen van 12 jaar en de enige zoon in een boerengezin van 4 kinderen. Waar mijn overgrootvader bezorgd over was klinkt in deze tijd best vreemd. Hij was bezorgd dat zijn kleinzoon het werken thuis zou verleren als hij na de lagere school door zou leren. Toch kreeg mijn vader de ruimte om een vervolgopleiding te doen, de lagere landbouwschool. Gestimuleerd door mijn opa Cornelis en op aandringen van zowel het hoofd van de jongensschool (basisonderwijs) als het hoofd van de lagere landbouwschool. Beide mannen woonden in het dorp en kwamen vaak over de vloer bij mijn opa. Hun stimulans kun je als ‘sociale steun’ plaatsen in het Job Demands and Resources (JDR) Model van Demerouti en Bakker (2007). Sociale steun is een belangrijke ‘werk-gerelateerde energiebron’, met een positieve invloed op ‘bevlogenheid’.

In zijn jonge jaren werden de talenten van mijn vader duidelijk. Talenten die maar matig van pas zouden komen als boer, zeker omdat dat beroep in die tijd nog niet de managementtaken kende die het nu in zich heeft. Mijn vader bleek goed in organiseren, mensen bij elkaar brengen en in spreken in het openbaar. Op de middelbare landbouwschool, bijvoorbeeld, kozen medeleerlingen hem tot voorzitter van de ‘debatingclub’; een groep die elke week twee lesuren besteedde aan debat over vaktechnische en maatschappelijke ontwikkelingen. Ook was hij voorzitter en secretaris van de RK Jonge Boerenstand van het dorp en voorzitter van het rayonbestuur. Als professioneel coach ga ik steeds op zoek naar de talenten van mijn cliënt en onderzoeken we samen welke taken daar dan het best bij passen; dit heet ‘taakgerichte job crafting’. Mijn vader regelde dit destijds grotendeels zelf; een sterk staaltje ‘eigen effectiviteit’ (‘self efficacy’), een belangrijke ‘persoonlijke energiebron’ volgens het JDR model, met ook een positieve invloed op bevlogenheid.

Deze talenten en activiteiten bleven niet onopgemerkt bij een buurtgenoot, ook boer en voorzitter van het bestuur van de lokale Boerenleenbank. Een bank zag er in die tijd, begin jaren zestig, totaal anders uit dan nu. De meeste geldstromen waren nog contant en de bank werd als neventaak gerund door de hoofdonderwijzer. Deze kassier handelde de bankzaken op zondag na de ochtendmis aan huis af. Hij schreef de door vrijwilligers geïnde gelden voor bijvoorbeeld elektriciteit bij op rekeningen en leende geld uit aan boeren. Mijn vader had inmiddels een kassierscursus met succes afgerond en werd op voorspraak van genoemde buurtgenoot op zijn 25e assistent van de kassier. Dat mijn opa Cornelis dit goed vond was bijzonder; mijn vader was als enige zoon immers een logische opvolger op zijn boerenbedrijf. Mijn vader zegt hier nu over: “Ik denk, maar dat is nooit zo uitgesproken, dat hij in mij toch geen echte boer zag. Voorts zag hij de schaalvergroting in de landbouw, die nadien zou volgen, denk ik wel aankomen en dan was ons boeltje met 7,5 ha niet levensvatbaar.” Met gepaste trots zie ik nu dat mijn opa zijn zoon als het ware coachte om te gaan doen waar zijn talenten lagen. Wat een mooie voetsporen om na te volgen…

Mijn vader werd in 1963 kassier en later directeur van de Boerenleenbank. De bank kreeg een eigen gebouw (waarin ik als kind speelde want we woonden erboven), fuseerde in 1970 met de Raiffeisen-bank tot Rabobank en groeide tot het voortijdig pensioen van mijn vader in 1996 van 1,5 tot 20 fte. Aangezien ik er 12 jaar lang vakantiewerk deed, heb ik mijn vader aan het werk kunnen zien in wat hij bij zijn afscheid “de mooiste job die denkbaar is” noemde. Als elementen van zijn bevlogenheid zie ik nu: 1) de ‘toewijding’ aan zijn werk zat hem vooral in het feit dat hij op die manier dienstbaar kon zijn aan klanten en daarmee ook aan de lokale gemeenschap; 2) zijnabsorptievermogen’ (op plezierige wijze opgaan in het werk) maakte dat hij energie had voor de vele vergaderingen in het land en om te blijven leren; 3) en zijn ‘vitaliteit’ hield hij op peil door zijn hobby tuinieren, door tijdig te stoppen met roken en matig te zijn met eten en alcohol. In mijn ogen werd zijn bevlogenheid’ gevoed door de ‘persoonlijke energiebronnen’: optimisme en eigen effectiviteit; en gesterkt door de ‘autonomie’ die hij binnen de coöperatieve structuur van de bank had en door de ‘sociale steun’ van bevriende bankdirecteuren, naaste familie en bovenal mijn moeder.

Wil je meer weten over job crafting, bekijk dan mijn videoboodschap hieronder.

Deze blog draag ik op Frans Commissaris (1936-2018), boerenzoon en een bankier die midden tussen de mensen stond. Dienstbaarheid aan de gemeenschap was daarbij zijn leidraad. Zijn bankkantoor voorzag hij ’s zomers zelf van bloemen uit eigen kweek. Ik ben dankbaar dat ik hem als voorbeeld voor mezelf en mijn werk heb. Hij overleed op 82-jarige leeftijd, een half jaar na het verschijnen van deze blog.

 

 

Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u (elke 6-8 weken) een nieuwsbrief van BTR ontvangen, vult u dan hieronder uw e-mailadres in.

  
Back To Top
×Close search
Zoeken