skip to Main Content

Een 8-jaar oud misverstand over zitten

De vergelijking staat op vele websites, als onderbouwing van de waarde van een product dat gebruikers helpt om minder lang te zitten. Misschien staat de vergelijking zelfs wel op jouw website. Als professional die zich met ‘minder zitten’ of ‘meer bewegen’ bezighoudt, heb je de grafiek of de cijfers ongetwijfeld een keer gezien. En je hebt je er waarschijnlijk geen vragen bij gesteld. De vergelijking klinkt immers logisch en de bron is zeer betrouwbaar. Toch is een grafiek in The Lancet keer op keer verkeerd geïnterpreteerd. Met als gevolg een 8-jaar oud misverstand dat zitten in een té kwaad daglicht stelt. Ik leg het misverstand uit en breng het juiste daglicht.

Een ferme waarschuwing vanuit een toonaangevend tijdschrift

In view of the prevalence, global reach, and health effect of physical inactivity, the issue should be appropriately described as pandemic, with far-reaching health, economic, environmental, and social consequences.

“Lichamelijke inactiviteit als pandemie met vergaande consequenties”. Een ferme waarschuwing op de kaft van de speciale ‘Physical Activity’ uitgave van medisch tijdschrift The Lancet in juli 2012(1). Een uitgave geheel gewijd aan bewegen en lichamelijke (in-)activiteit. De gelegenheid? Londen zou later die maand gastheer zijn van de 27e Olympische Zomer Spelen.

Dat een toonaangevend medisch tijdschrift überhaupt aandacht besteedde aan een onderwerp als lichamelijke activiteit zegt veel over de relatie ervan met gezondheid. The Lancet koppelt lichamelijke inactiviteit namelijk aan ‘niet-overdraagbare ziektes’, noncommunicable diseases (NCDs) in het Engels. Dit zijn ziektes die niet ontstaan door besmetting, maar wel dodelijk zijn. Volgens de World Health Organisation stierven in 2015 wereldwijd 41 miljoen mensen aan NCDs(2). Dit is maar liefst 71% van alle sterfgevallen. De top 4: hart- en vaatziekten (18 miljoen), kanker (9 miljoen), longaandoeningen (4 miljoen) en diabetes (1,6 miljoen). In dit rijtje zie je lichamelijke inactiviteit niet staan. Maar nu komt het: tabaksgebruik, lichamelijke inactiviteit, alcoholmisbruik en een ongezond dieet verhogen allen de kans om een NCD te krijgen en om te sterven aan één van genoemde aandoeningen.

Zitten in een té kwaad daglicht gesteld

Om de impact van tabaksgebruik en lichamelijke inactiviteit op NCD’s te illustreren, publiceerde The Lancet onderstaande grafiek. Het bevat de schattingen van het aantal sterfgevallen aan een NCD dat te wijten is aan tabaksgebruik, respectievelijk lichamelijke inactiviteit. En dan zie je dat beide tot iets meer dan 5 miljoen doden leiden (in 2009). Conclusie: er gaan wereldwijd jaarlijks evenveel mensen dood aan lichamelijke inactiviteit als aan roken. Deze conclusie trek ik zeker niet in twijfel. Wat ik wel krachtig bestrijd is: 1) de vrije vertaling die velen aan deze grafiek gegeven hebben, namelijk dat zitten net zo slecht is als roken; en 2) die nare en demotiverende slogan ‘zitten is het nieuwe roken’.

relatie tussen sterfte en roken versus lichamelijke inactiviteit

De vertaling van ‘inactivity’ in zitten is een begrijpelijk misverstand. Want op het moment dat je zit ben je inactief. Maar een persoon met een zittend beroep is niet persé inactief volgens de definitie van inactiviteit van de WHO. En andersom, een persoon die volgens de definitie inactief is, hoeft niet persé een zittend leven te leiden.

Een volwassene (18+) is lichamelijk inactief als hij of zij minder dan 150 minuten per week matig intensief actief is, of een hoog-intensieve equivalent ervan(3).

Zoals je ziet komt het woord ‘zitten’ niet voor in bovenstaande definitie. Inactief zijn betekent dus: te weinig lichamelijke activiteit van voldoende duur en/of intensiteit. Het zegt niets over de uren die je zittend doorbrengt. Denk maar een medewerker in de beveiliging of horeca; die staat en loopt de hele dag en zit weinig. Als deze persoon minder dan 150 minuten per week matig intensief beweegt (bv fietst of in flinke pas wandelt) of sport, dan is hij volgens de definitie wel inactief maar niet ‘veel zittend’. Verder weten we uit Nederlands onderzoek dat er een groep is die én veel zit én een laag percentage inactieven bevat, nl. hoogopgeleide volwassenen met veelal een zittend beroep(4).

Inactief zijn is dus net zo ‘dodelijk’ als roken. Hoe zit dat dan met zitten?

De correcte interpretatie van dat prachtige artikel in The Lancet is dus: er gaan wereldwijd jaarlijks evenveel mensen dood aan roken als aan een gebrek aan lichamelijke activiteit van voldoende duur en intensiteit. Iedereen die dit artikel en deze grafiek aanhaalt om (stil) zitten in een kwaad daglicht te stellen doet dat dus op foutieve gronden. Misschien niet bewust, maar toch foutief.

Wat is er dan wel te zeggen over de ‘dodelijkheid’ van zitten? Ten eerste dit: uit de huidige gegevens concluderen wetenschappers dat tot circa 7½ uur zitten per dag (=24 uur) veilig lijkt met het oog op vroegtijdig overlijden(5). Ik schreef eerder over deze grenswaarde voor langdurig zitten. En verder: ‘veel roken’ leidt tot beduidend meer extra sterfgevallen dan ‘veel zitten’(6). De verhouding is 14:1 voor mannen (2.659 vs. 190 per 100.000 personen per jaar) en 15½:1 voor vrouwen (2.129 vs. 137 per 100.000 personen per jaar). Wil je de details, lees dan mijn blog zitten is echt niet te vergelijken met roken.

Na deze nuancering op de ‘dodelijkheid’ van zitten wil ik afsluiten met het feit dat dag-in-dag-uit en jaar-in-jaar-uit vele uren zitten wel degelijk een grote impact op je gezondheid hebben. Alle reden om daar iets aan te (blijven) doen. Maar dan wel met de juiste onderbouwing en met interventies en producten die het zitten vervangen door lichamelijke activiteit die op zijn minst ‘licht intensief’ is. Of zoals een wereldwijd gebruikte slogan luidt:

Stand up, sit less, move more!

Bronnen:

  1. The Lancet, juli 2012. “Physical Activity”, Londen, 78 pagina’s. Editor: R. Horton. https://www.thelancet.com/series/physical-activity
  2. World Health Organisation, juni 2018. Factsheet “Noncommunicable diseases”. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/noncommunicable-diseases
  3. World Health Organisation, The Global Health Observatory. “Physical Inactivity”, World Health Data Platform: https://www.who.int/data/gho/indicator-metadata-registry/imr-details/3416
  4. TNO, 2015. “Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2000/2014” (hoofdstuk 4), Leiden, 179 pagina’s. Eindredactie: V. Hildebrandt, C. Bernaards, H. Hofstetter.
  5. Ekelund e.a. 2019. “Dose-response associations between accelerometry measured physical activity and sedentary time and all cause mortality: systematic review and harmonised meta-analysis”. BMJ 366, l4570. http://dx.doi.org/10.1136/bmj.l4570.
  6. Vallance e.a. 2018. “Evaluating the Evidence on Sitting, Smoking, and Health: Is Sitting Really the New Smoking?”. Am J Public Health 108:1478–1482. https://ajph.aphapublications.org/doi/pdf/10.2105/AJPH.2018.304649

Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u (elke 6-8 weken) een nieuwsbrief van BTR ontvangen, vult u dan hieronder uw e-mailadres in.

  
Back To Top
×Close search
Zoeken